
Onderzoek brengt genetische variatie van ToBRFV beter in beeld
EconomieSinds de eerste officiële vondst van ToBRFV in een Nederlandse tomatenkas in 2019, is veel kennis opgebouwd over de verspreiding en ontwikkeling van het virus. Onderzoekers volgen niet alleen de vondsten, maar kijken ook naar de genetische eigenschappen van verschillende virusvarianten. De nieuwe analyses van NIVIP helpen om de verwantschap tussen de varianten te volgen en veranderingen in het virus te signaleren.
NIVIP is een kennis- en onderzoeksonderdeel van de NVWA. In het bericht over de genetische analyses van ToBRFV meldt NVWA dat de online tool Nextstrain een goed hulpmiddel is voor onderzoekers om virusgenomen en dus ook ToBRFV-varianten met elkaar te vergelijken. Op basis daarvan ontstaat een soort stamboom waarbij onderzoekers aanwijzingen krijgen over de verwantschap tussen virusvarianten en hoe het virus zich mogelijk verspreidt.
De nieuwste versie van ToBRFV Nextstrain bevat 455 vrijwel complete virusgenomen uit 32 landen. In een onlangs gepubliceerd onderzoek beschrijven virologen en moleculair biologen van het NIVIP nieuwe inzichten. Dit gebeurt overigens binnen een internationaal onderzoeksteam. Het onderzoek brengt de genetische diversiteit van ToBRFV steeds beter in beeld.
Besmetting via import
Zo laat de analyse volgens NVWA zien dat virusvarianten in tomatenplanten die afkomstig zijn uit Engelse productiekassen genetisch sterk lijken op varianten die eerder zijn aangetroffen in geïmporteerde tomaten uit Marokko. Dit geeft aan dat besmette vruchten een risico vormen en dat import een rol kan spelen bij de verspreiding van ToBRFV over grote afstanden.
De genetische stamboom van ToBRFV laat zien welke virusvarianten genetisch op elkaar lijken. Een mutatie verandert het erfelijk materiaal van het virus. Dat betekent niet automatisch dat het virus daardoor besmettelijker is of zorgt voor een resistentiedoorbraak. Voor het vaststellen van de gevolgen van genetische verandering pleit de NVWA voor aanvullend onderzoek.
In het internationale onderzoek zijn genetische veranderingen in ToBRFV gevonden die extra aandacht verdienen. Het gaat om varianten die zijn aangetroffen in een hoogresistente tomatenras die virussymptomen vertoonden. De gevonden virusvariant, aangeduid als subclade 7AB, is een genetische groep die inmiddels veel voorkomt in Nederland. Deze groep is eerder in verband gebracht met de zogeheten cross-protectie.
Cross-protectie
Bij cross-protectie worden planten bewust geïnfecteerd met een virusvariant die minder schade zou veroorzaken. De NVWA wijst erop dat het gebruik van ToBRFV op deze manier als gewasbeschermingsmiddel niet is toegestaan in Nederland. Een dergelijke toepassing leidt tot een hoge virusdruk, stelt de autoriteit. Dat verhoogt de kans op mutaties en daarmee het risico op resistentiedoorbraak.
In 2023 en 2024 werd de betreffende variant van ToBRFV aangetroffen bij 34 van de 36 Nederlandse tomatenbedrijven waarvan de virusgenomen zijn bepaald. Slechts twee bedrijven hadden een andere ToBRFV-variant. De brede aanwezigheid van subclade 7AB betekent niet dat op al deze bedrijven cross-protectie is toegepast. Deze variant kan zich ook onbedoeld hebben verspreid.
De beschikbaarheid van rassen met verschillende niveaus van resistentie is een belangrijke ontwikkeling voor de tomatenteelt. Deze rassen kunnen de vermeerdering van het virus sterk verminderen. Resistentie betekent echter niet dat ToBRFV geen rol meer speelt, want resistentie maakt een plant niet immuun, stelt de NVWA. Bij een hoge druk kan het virus zich op grote schaal verspreiden. Daardoor ontstaan ook meer mogelijkheden voor genetische variatie.
Voorkomen van introducties
Het blijft daarom belangrijk om hoge virusdruk zoveel mogelijk te voorkomen. Een resistent ras ziet de NVWA dan ook niet als vervanging voor goede hygiëne. Resistentie, het voorkomen van introducties en een zo laag mogelijke virusdruk vullen elkaar aan. Het bewust toepassen van ToBRFV voor cross-protectie is vanuit dat perspectief daarom geen gewenste strategie.
De Nextstrain-tool is volgens de NVWA geen instrument waarmee een teler kan bepalen of een virusvariant extra schadelijk is of de resistentie van een tomatenras kan doorbreken. De meerwaarde zit vooral in het vroegtijdig signaleren van veranderingen en het volgen van de verspreiding van het virus. Door virusgegevens uit verschillende landen samen te brengen, kunnen onderzoekers informatie krijgen over lokale verspreiding.
Genetische monitoring is daarmee vanuit het perspectief van de NVWA één onderdeel van een bredere aanpak van ToBRFV. Resistente rassen, een lage virusdruk, goede hygiëne en genetische monitoring vullen elkaar aan. De ontwikkeling van sterkere rassen is een belangrijke stap vooruit. Tegelijk blijft het belangrijk om alert te blijven op veranderingen in dit tomatenvirus.