
Van militaire carrière naar een nieuwe missie tussen de runderen
Sectoren - Veehouderij - Vleesvee‘Boer in opleiding’, noemt Martijn van der Klis zichzelf. Na vijftien jaar bij de commando’s leert hij nu over runderen, mest uitrijden en landbouwmachines. Zijn leermeester is Henk Berkvens, die al zijn hele leven op deze plek boert. Op het hoogtepunt had hij 70 runderen en 32.000 mestkuikens. Inmiddels is het Noord-Brabantse bedrijf afgeschaald tot 40 vleesrunderen, wat schapen en 18 hectare grond. Stoppen was voor Berkvens nooit een optie. Alleen een opvolger had hij niet.
Via hun stichting Noeste Arbeid richten Martijn en Loes van der Klis zich op veteranen en oud-militairen, met of zonder letsel. Ook mensen van de politie, brandweer en ambulancezorg zijn welkom. Van dieren verzorgen tot gebouwen opknappen: het werk biedt volop mogelijkheden om samen iets tot stand te brengen.
‘Wij willen hier onze eigen basis creëren’, zegt Loes van der Klis. Dat er nog veel moet gebeuren, past bij de opzet. Deelnemers bouwen mee aan de plek waarvan ze zelf deel uitmaken. ‘Dit moeten we samen realiseren. Samen voor en door veteranen.’
Je kunt me niet gelukkiger maken dan door mij de hele dag fysiek bezig te laten zijn
Voor Martijn van der Klis raakt die gedachte aan zijn eigen geschiedenis. Hij liep hersenschade op, vermoedelijk door veelvuldige blootstelling aan explosieven tijdens zijn werk als commando. Hij werd afgekeurd. Zijn concentratie en geheugen zijn blijvend verminderd. Soms hoort hij wel wat iemand zegt, maar lukt het niet direct de betekenis te verwerken.
Een baan buiten Defensie bleek ook te belastend te zijn. Na een werkdag was zijn energie op, terwijl Van der Klis juist weer iets wilde doen dat bij hem paste. ‘Je wordt niet als mens afgekeurd’, benadrukt hij. Bij een schaapsherder vond hij een begin. Hij kluste bij de stal en trok met de kudde de hei op. Het buitenwerk bracht rust en voldoening.
Later hielp hij ook op een boerderij, waar Van der Klis opnieuw merkte wat het werken met dieren hem gaf. ‘Je hebt gelijk het gevoel dat je weer meedoet.’ Vooral het fysieke werk spreekt hem aan. ‘Je kunt me niet gelukkiger maken dan door mij de hele dag fysiek bezig te laten zijn.’ Die ervaring wilde hij delen met anderen die zoeken naar houvast.
Loes van der Klis kende eveneens de zoektocht naar een nieuwe invulling na Defensie. Zij diende als militair verpleegkundige, onder meer bij de commando’s, en begon later met een compagnon een voedselbos in Heusden. Daar wilde ze veteranen betrekken bij het onderhoud. Gaandeweg groeide het idee voor een eigen boerderij. Haar man kende enkele voorbeelden in de Verenigde Staten en legde contact met een Amerikaanse initiatiefnemer.
Kansen dicht bij huis
De mogelijkheid om hun plannen uit te voeren, vonden ze dicht bij huis. Via contacten in de buurt leerden ze Berkvens kennen, een veehouder zonder kinderen of bedrijfsopvolger. In eerste instantie hadden ze belangstelling voor een deel van zijn erf, maar na korte tijd ontstond een plan om samen het hele bedrijf voort te zetten.
Daarmee kreeg hun initiatief een agrarische basis en kwam voor Berkvens het behoud van zijn vertrouwde plek in beeld. Sinds enige tijd werken de drie samen. Martijn en Loes van der Klis willen de boerderij over drie à vier jaar volledig overnemen, mits de financiering lukt.
Die tussenperiode hebben zij nodig om het vak te leren. ‘Wij missen nog veel agrarische kennis’, erkent Martijn van der Klis. ‘Henk draagt die kennis over en blijft betrokken bij het dagelijkse werk, waaronder het trekkerwerk dat hij graag doet. Hij mag van ons doorgaan zolang hij wil.’
Wennen aan samenwerking
De veehouder zelf blijft ietwat voorzichtig wanneer hem wordt gevraagd of zijn bedrijf zo behouden blijft. ‘Dat hoop ik tenminste en is de insteek.’ Ondertussen verandert zijn rol. Zelf doorwerken gaat sneller dan een ander uitleggen hoe het moet. ‘Als ik mensen op de vloer heb, krijg ik zelf niks gedaan.’ Hij moet meekijken, vragen beantwoorden en controleren. Ook voor de ervaren boer vraagt deze samenwerking gewenning.
Terwijl het echtpaar leert, krijgen hun eigen plannen vorm. Ze willen voortbouwen op Berkvens’ keuze voor brandrode runderen. ‘Zoals Henk zijn vee buiten heeft lopen, dat spreekt ons aan’, zegt Loes van der Klis. Naast de schapen, die ze voor de wol houden, willen ze pluimvee toevoegen. De ambitie is een biologische, regeneratieve bedrijfsvoering, met aandacht voor bodem, natuur en kringlopen. Agroforestry, onder meer met voederhagen, past daarbij.
Volgens de initiatiefnemers is het formeel geen zorgboerderij, maar vervult het bedrijf wel een zorgzame functie. Samenwerken en naar elkaar omkijken, staan centraal. Ook andere vaardigheden krijgen ruimte. Van der Klis denkt aan een ambachtsschuur waar deelnemers bijvoorbeeld hout kunnen bewerken. ‘We hebben zelf helemaal voor ogen hoe we het uiteindelijk willen.’
Financiering is lastig
Juist omdat het concept nergens anders bestaat, is financiering lastig. Gesprekken lopen met de gemeente Asten, Defensie en bedrijven. Allemaal enthousiast, maar zonder pasklaar loket. ‘Iedereen vindt het een heel goed idee’, stelt Van der Klis. ‘Ze hebben alleen geen referentie om het te duiden. Nederland is een beetje een vakjesland en wij vallen nog niet in een bepaald vakje.’
Nu draaien er vijf vaste vrijwilligers mee. De ambitie is door te groeien naar twintig man die dagelijks meewerken. Dat de omvang van het project soms overweldigt, geeft Martijn van der Klis grif toe. ‘Wij doen dat als gezin met vier jonge kinderen, wat echt veel vraagt.’ Zijn eigen herstel bleef de drijfveer om door te zetten: ‘Als het bij mij helpt, helpt het misschien ook bij andere veteranen.’
Aan werk zal het voorlopig niet ontbreken. ‘Er is voor jaren werk en dat is ook precies de bedoeling’, geeft Van der Klis aan. Hij ziet de dag voor zich waarop dagelijks twintig mensen over de vloer komen. ‘We hebben het idee dat je een lange tafel hebt, waar je samen luncht met veteranen en vrijwilligers.’ Ook Berkvens heeft er zijn plek: als leermeester aan het hoofd van een tafel die alleen maar voller wordt.
BoerenPerspectief helpt bij stap naar agrarisch ondernemerschap
Hoe maak je van een bijzonder en origineel initiatief een financieel gezond boerenbedrijf? Met die vraag krijgen Martijn en Loes van der Klis ondersteuning vanuit BoerenPerspectief. Een vaste procesbegeleider denkt volop mee over hun overstap naar het agrarisch ondernemerschap en wat die verandering persoonlijk van hen vraagt.
Volgens Loes van der Klis is 50 uur begeleiding beschikbaar en hebben inmiddels drie gesprekken plaatsgevonden. ‘We hebben een heel fijn contactpersoon’, vertelt ze. Samen brengen ze hun financiële situatie en mogelijkheden in beeld. De begeleiding sluit volgens haar goed aan bij hun ideeën voor de boerderij.
Voorlopig voert het echtpaar de gesprekken met de begeleider. Veehouder Henk Berkvens is op de hoogte en sluit later aan. Dan kunnen ze gezamenlijk hun wensen en mogelijkheden voor de verdere overdracht bespreken. Loes van der Klis waardeert de ondersteuning: ‘Daar zijn wij dankbaar voor.’