Kees de Jong, voorzitter LTO/NOP-vakgroep Pluimvee
Kees de Jong, voorzitter LTO/NOP-vakgroep Pluimvee Dirk Hol

‘Emissie-eisen zijn kluif voor pluimveehouder’

Sectoren - Veehouderij - Pluimvee

De voorzitter van de vakgroep Pluimveehouderij van LTO/NOP is woensdag 14 oktober een van de sprekers op het Nationaal Pluimveecongres in Hardenberg.

Waarom is reductie zo belangrijk?

‘Reductie zal een belangrijke factor worden voor de toekomst van de sector. Pluimveehouders krijgen te maken met nieuwe eisen en moeten weten welke ontwikkelingen eraan komen en welke mogelijkheden ze hebben om daaraan te voldoen.’

‘In de stikstofbrief staat dat het kabinet vanaf 2035 met afrekenbare bedrijfsspecifieke emissienormen wil gaan werken. Voor intensieve veehouderijsectoren moeten normen per dierplaats gaan gelden. Die normen worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht.’

Waar lopen ondernemers tegenaan?

‘Dat is afhankelijk van de vergunningverlening en de stikstofdiscussie. We wachten nog op verdere uitwerking van het beleid en de normstelling. Tegelijkertijd is het belangrijk om vooruit te kijken: wat betekenen de regels straks in de praktijk en welke technische mogelijkheden zijn er?’

De emissie-opgave zal uiteindelijk naar bedrijfsniveau moeten worden vertaald

Kees de Jong, voorzitter LTO/NOP-vakgroep Pluimveehouderij

Zijn er al technieken beschikbaar?

‘Technisch gezien zijn er verschillende mogelijkheden. Welke techniek geschikt is, hangt onder meer af van het bedrijf en de stal. Bovendien gaat het om forse investeringen. Niet alleen de aanschafkosten spelen een rol, maar ook de jaarlijkse kosten. Die kunnen per systeem verschillen. Het is belangrijk dat pluimveehouders niet over één nacht ijs gaan.’

Welke rol speelt de overheid?

‘De overheid bepaalt uiteindelijk hoe de wetgeving en de normstelling eruit komen te zien. Daarbij kan ook de ligging van een bedrijf van belang worden. De opgave kan bijvoorbeeld verschillen per regio en afhankelijk zijn van de afstand tot een natuurgebied.’

Wat betekent dat voor ondernemers?

‘Pluimveehouders doen er goed aan om zich nu al te laten informeren. De opgave moet uiteindelijk naar bedrijfsniveau worden vertaald. Bedrijven hebben andere dieren, emissies en stalsystemen. Daardoor kan ook maatwerk per bedrijf nodig zijn. Wie verder wil, moet weten wat er op hem of haar afkomt.’