
In Nederland meerdere paarden besmet met westnijlvirus
Sectoren - Veehouderij - PaardenDe besmettingen zijn aan het licht gekomen via de syndroomsurveillance van Royal GD en Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Daarmee wordt de introductie en verspreiding van het westnijlvirus onder paarden in Nederland gevolgd. Er worden nog meer paarden onderzocht.
Het westnijlvirus werd in september 2025 voor het eerst vastgesteld bij drie paarden in Nederland. Het eerste besmette paard van dit jaar werd begin augustus gevonden. Inmiddels zijn in 2026 meer besmettingen vastgesteld dan gedurende heel 2025 en is ook het verspreidingsgebied groter geworden.
Omdat het muggenseizoen nog volop bezig is, verwachten Royal GD en WBVR dat er de komende tijd mogelijk meer besmettingen worden vastgesteld. Naast paarden is het virus inmiddels ook aangetoond bij een zanglijster, muggen en een Nederlandse bloeddonor. Westnijlvirus is een zoönose en als deze voorkomt bij paarden en vogels geldt een meldingsplicht.
Maatregelen
Het westnijlvirus wordt verspreid door muggen, waaronder de huissteekmug. Paardenhouders kunnen het risico op besmetting verkleinen door paarden tijdens de schemering op te stallen en stilstaand water en andere mogelijke broedplaatsen voor muggen te verwijderen.
Voor paarden is ook een vaccin tegen het westnijlvirus beschikbaar. Na vaccinatie duurt het vier tot zes weken voordat voldoende bescherming is opgebouwd.