
Genoomaanpassing landbouwhuisdieren volgens onderzoek ethisch mogelijk
Sectoren - Veehouderij - MelkveeBorgdorf onderzocht onder welke voorwaarden technieken om gericht het DNA van dieren te veranderen, zoals CRISPR-Cas, ethisch aanvaardbaar kunnen zijn. Daarvoor interviewde hij 23 experts en organiseerde hij focusgroepen met in totaal 70 burgers uit vier Europese landen.
De meeste deelnemers stonden volgens de onderzoeker open voor toepassing van genoomaanpassing wanneer dieren daar zelf baat bij hebben. ‘Bij genoomaanpassing ter bevordering van dierenwelzijn zou je kunnen denken aan het resistent maken van dieren tegen ziekte of hitte’, aldus Borgdorf. Anders ligt dat bij aanpassingen die vooral zijn gericht op economische voordelen, bijvoorbeeld eigenschappen waarmee de productie van dieren kan worden verhoogd.
Dieren niet doden
Borgdorf gaat in zijn proefschrift verder dan alleen de discussie over genoomaanpassing. Hij ontwikkelde een theoretisch kader voor een landbouwsysteem waarin mededogen met dieren centraal staat. In zijn ideaal zouden mensen dieren geen leed aandoen of doden.
Tegelijkertijd erkent de onderzoeker dat dit ideaal ver afstaat van de huidige praktijk. Hij gaat daarom uit van zogenoemd pragmatisch reformisme. Daarbij wordt niet gestreefd naar een onmiddellijke afschaffing van de veehouderij, maar naar stapsgewijze veranderingen die het landbouwsysteem dichter bij het ideaal brengen.