
Koe afkalven op 22 tot 23 maanden levert meeste rendement op
Sectoren - Veehouderij - MelkveeDat blijkt uit een Amerikaans onderzoek onder 128.252 Holstein-koeien op 74 melkveebedrijven, waarvan de resultaten zijn gepubliceerd in Sciencedirect. De onderzoekers vergeleken dieren die voor het eerst afkalfden op een leeftijd van 21 tot en met 27 maanden. Daarbij keken ze niet alleen naar melkproductie, maar ook naar de uitval en het financiƫle resultaat tot en met de tweede lactatie.
De onderzoekers benadrukken dat naast de leeftijd vooral de lichamelijke ontwikkeling van de vaars, gemeten aan de hand van gewicht en groei, bepalend is. Volgens hen gebruiken lichtere dieren relatief meer voedingsstoffen voor lichaamsgroei dan voor melkproductie.
Streefwaarde
Als streefwaarde noemen de onderzoekers bij de eerste inseminatie ongeveer 55 tot 57 procent van het volwassen lichaamsgewicht. Bij de eerste afkalving ligt de richtwaarde op 82 tot 85 procent van het volwassen gewicht. Een goede opfok is dus cruciaal.
Opvallend is dat de verwachte 305 dagenproductie tijdens de eerste lactatie het hoogst was bij vaarzen die op 26 maanden afkalfden. Zij kwamen uit op 9.392 kilo melk, tegenover 9.323 kilo bij dieren die op 23 maanden afkalfden.
Wanneer rekening werd gehouden met koeien die tussentijds het bedrijf verlieten, veranderde het beeld. De hoogste cumulatieve melkproductie werd gerealiseerd door dieren die op 23 maanden voor het eerst afkalfden. Tot 305 dagen in de eerste lactatie produceerden zij gemiddeld 9.316 kilo melk. Gerekend tot 305 dagen in de tweede lactatie ging het om 18.330 kilo. Vaarzen die pas op 27 maanden afkalfden, bleven steken op 15.663 kilo.
Uitval bij laat afkalven
Een belangrijke verklaring is het grotere risico op afvoer bij een hogere afkalfleeftijd. Van de koeien die op 21 maanden voor het eerst afkalfden, viel gedurende de eerste lactatie 17,2 procent uit door verkoop of sterfte. Bij 23 maanden was dat 18,8 procent en bij 27 maanden 35,4 procent. Daardoor bereikte 82,8 procent van de dieren uit de groep van 21 maanden de tweede lactatie. Bij de vaarzen die op 27 maanden afkalfden, was dat nog maar 64,6 procent. De sterfte tijdens de eerste lactatie liep eveneens op. Deze bedroeg 2,7 procent bij een eerste afkalfleeftijd van 21 maanden en 4,2 procent bij 27 maanden.
De onderzoekers berekenden daarnaast het economische resultaat. Daarbij namen ze onder meer melk- en kalveropbrengsten, voerkosten, vervangingskosten en extra opfokkosten mee. De verschillen tussen afkalven op 21, 22 en 23 maanden waren gering. Het berekende nettoresultaat bedroeg respectievelijk 5.057, 5.057 en 5.054 dollar, grofweg rond de 4.507 euro per dier. Vanaf 24 maanden zette een duidelijke daling in. Het nettoresultaat kwam bij 24 maanden uit op 4.948 dollar (4.411 euro) en zakte uiteindelijk naar 4.388 dollar (3.908 euro) bij 27 maanden.Het verschil tussen 23 en 27 maanden bedraagt daarmee 666 dollar, 538 euro, per vaars.
Een maand langer jongvee aanhouden betekende in de berekening ongeveer 84 dollar (75 euro) extra opfokkosten. Daarnaast namen bij later afkalven de onderhoudsvoerkosten en vooral de vervangingskosten toe.