Gras inkuilen
Gras inkuilen Koos van der Spek

Standaardwaarden ruwvoer schieten tekort

Sectoren - Veehouderij - Melkvee

Veel melkveehouders en adviseurs werken volgens Hegen nog met aannames over de mineralensamenstelling van het ruwvoer. Dat kan leiden tot een over- of ondervoorziening van mineralen en sporenelementen. ‘Als je niet weet wat er in je ruwvoer zit, kun je nooit gericht voeren of bemesten.’

Tekorten of overschotten kunnen gevolgen hebben voor onder meer de weerstand en benutting van het rantsoen. Daarbij gaat het niet alleen om de bekende mineralen. Hegen wijst bijvoorbeeld op zwavel. ‘Zwavel bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van je eigen eiwit. Door te weten wat er in je kuil zit, kun je het bemestingsplan voor het volgende jaar veel gerichter verbeteren.’

IJzerverstorend

Ook de onderlinge samenhang tussen mineralen verdient volgens Hegen aandacht. Op ijzerhoudende gronden kan het ijzergehalte in gras en graskuil hoger zijn, zeker wanneer ook het ruw-asgehalte (zand) hoog is. Veel ijzer kan de beschikbaarheid van andere mineralen beïnvloeden. Ook molybdeen kan de benutting van koper verminderen.

‘Zeker in het najaar is het risico op ruw as in de kuil groter. Als ondernemer met ijzerhoudende gronden kun je hierop inspelen door de maaihoogte niet te laag te zetten en het gras licht te schudden‘, legt de voormalig dierenarts uit.

‘Zonder kuilanalyses blijft dat risico verborgen en wordt het onmogelijk om een passend mineralenmengsel te kiezen’, zegt Hegen. Volgens hem moet daarom niet alleen naar afzonderlijke gehalten worden gekeken, maar naar de totale mineralensamenstelling van het ruwvoer.

Rantsoensamenstelling

Dat is ook van belang bij het samenstellen van rantsoenen voor verschillende diergroepen. Oudere pinken krijgen bijvoorbeeld vaak voornamelijk graskuil van eigen land, zonder dat hiervoor een volledig rantsoen wordt berekend. ‘Dan liggen tekorten voor skelet, klauwen en weerstand op de loer’, licht Hegen toe.

Ook bij droogstaande koeien is de mineralenvoorziening belangrijk. ‘Herstel van de vorige lactatie, voorkomen van melkziekte en een sterke weerstand na afkalven; dat hangt allemaal samen met de mineralenbalans.’ Daarbij noemt Hegen onder meer calcium, kalium, magnesium, koper, zink en selenium.

Melkgevende koeien kunnen ook problemen krijgen door een tekort of teveel. ‘Nieuwmelkte koeien kunnen ziek worden van te weinig koper of selenium, maar ook van te veel. Oudmelkte koeien op ruwvoerrantsoenen lopen juist risico op tekorten.’

Kuilanalyse

De analyseresultaten worden bovendien gebruikt om de bemesting voor een volgend groeiseizoen bij te sturen, voegt Hegen toe. Daarmee vormt de kuilanalyse een verbinding tussen bodem, gewas en dier.

‘De bodem, de plant en het dier vormen één geheel. Precisiebemesting vraagt om zowel grondmonsters als kuilanalyses. Alleen als je beide kent, kun je gericht sturen’, besluit de rundveedeskundige.