Sjaak Sprangers hoeft de koeien niet meer te halen./SHIFTTAB/Foto’s: Jan Stads
Sjaak Sprangers hoeft de koeien niet meer te halen./SHIFTTAB/Foto’s: Jan Stads Pix4Profs / Jan Stads

Gps-signaal houdt koeien binnen de lijnen en bij het gras

Sectoren - Veehouderij - Melkvee

Het bedrijf van de familie Sprangers staat aan de rand van Nationaal Park De Loonse en Drunense Duinen. De percelen liggen in dit natuurgebied, tussen bossen en wandelpaden. Die bijzondere ligging maakt het bedrijf anders dan veel andere melkveehouderijen. Tegelijkertijd dwingt het de ondernemers om voortdurend te zoeken naar slimme oplossingen voor arbeid, natuurbeheer en bedrijfsvoering. Irma Sprangers runt het bedrijf samen met haar vader Sjaak in een vennootschap onder firma. Ook haar moeder en echtgenoot helpen mee. Op het bedrijf lopen zo’n zeventig Jersey-koeien.

De keuze voor Jerseys is historisch gegroeid. Toen haar vader na de zogeheten SLOM-regeling opnieuw begon met melken, beschikte hij over vrij weinig melkquotum. Om binnen die beperkte liters toch voldoende opbrengst te realiseren, koos hij voor dit koeienras. Die keuze past ook goed bij de huidige bedrijfsvoering. De koeien lopen grotendeels op natuurgronden en moeten het vooral doen op gras. ‘De output is misschien wat lager, maar de input ook. Het systeem is mooi in balans’, zegt Sprangers. Het bedrijf beschikt over ongeveer 70 hectare grasland. Mais wordt niet geteeld.

Melk voor kaas

De biologische melk wordt via coöperatie Eko-Holland apart opgehaald en verwerkt door De Mekkerstee in Ouddorp. Daar wordt van de Jersey-melk kaas gemaakt. Een deel van die kaas vindt vervolgens via een automatenwinkel op het erf weer zijn weg naar consumenten. Naast kaas verkoopt de familie ook melk, eieren en binnenkort biologisch Jersey-ijs, eveneens van De Mekkerstee. Dat contact met burgers vindt Sprangers belangrijk om zo het verhaal van het bedrijf en de veehouderij te vertellen. ‘Op deze manier blijven boeren en burgers toch met elkaar in contact. Daarbij laten we hier zien dat boeren en natuur prima samen kunnen gaan.’

In 2027 staat een belangrijke stap op de planning: de bedrijfsovername. Sjaak Sprangers, die nu volop actief is in het bedrijf, wordt 67 jaar en dan komt de dagelijkse verantwoordelijkheid bij zijn dochter Irma te liggen. ‘Daarom zijn we ook gaan kijken hoe we het werk slimmer kunnen organiseren’, vertelt de toekomstige opvolger. Het bedrijf neemt deel aan een praktijktraject van Landbouw Innovatie Brabant (LIB). LIB is een samenwerkingsverband van ZLTO en de provincie, die technologische innovaties in de landbouw stimuleert. Via dit traject test de familie Sprangers het Collie-systeem met gps-halsbanden en virtuele afrastering.

Sjaak en Irma Sprangers houden 70 Jersey-koeien met bijbehorend jongvee op 70 hectare gras in Kaatsheuvel, Noord-Brabant. (Jan Stads)

Bedrijfsgegevens
Irma en Sjaak Sprangers hebben een biologische melkveehouderij in Kaatsheuvel (NB). Ze houden er 70 Jersey-koeien met bijbehorend jongvee op 70 hectare gras. De melkproductie bedraagt 4.000 liter per koe per jaar, met 5,76 procent vet en 4,10 procent eiwit. De grond van het bedrijf is deels in eigendom van Natuurmonumenten. De bedrijfsvoering is relatief simpel. Weidegang wordt toegepast met het elektronische afrasteringsysteem Collie.

Voorheen kostte het soms 45 minuten om de koeien naar de stal te halen. De grootste afstand tot de stal is 1,5 kilometer. Dat is lastig als minder arbeidsuren beschikbaar zijn. De koeien lopen van maart tot laat in het jaar buiten. De percelen liggen verspreid in het natuurgebied. Nu kan Sprangers via een app een ophaalcommando geven. ‘Dan krijgen de koeien een trillingssignaal en lopen ze vanzelf naar de uitgang van het perceel. Tegen de tijd dat ik begin met melken, komen ze binnenlopen.’

Naast die ophaalfunctie biedt het systeem mogelijkheden voor virtuele afrastering. Daarmee worden dieren uit bepaalde zones gehouden. Dat kan handig zijn als er sprake is van stormschade of kwetsbare natuur. Binnen een perceel worden met de virtuele afrastering verschillende vakken aangemaakt. Daarbij is er geen vast systeem voor het wisselen naar een nieuw vak. ‘Wij kijken gewoon hoe de koeien erbij staan. Hebben ze het naar hun zin, dan kunnen ze prima blijven lopen. Anders moeten ze een volgend stuk hebben’, licht Sprangers toe.

Kudde lokaliseren

Het systeem levert meer inzicht op. Sprangers kan op haar telefoon precies zien waar de kudde zich bevindt en welke kant de koeien op kijken. Overigens is het bij de huidige, draadloze afrastering wel een vereiste dat er een draad om het perceel staat. Het trainen van de dieren ging vrij goed. De eerste week werd dit gecombineerd met fysiek draad. Eerst werd het draad op 5 meter van de omheining ingetekend. Dit werd opgebouwd richting de 10 meter.

Met de halsband zijn de koeien via gps te volgen. (Jan Stads)

Voordat een koe een fysieke grens bereikt, krijgt ze een geluidssignaal. Een belletje geeft aan dat ze buiten haar perceel dreigt te gaan. Loopt ze door, dan volgt er nog een belletje. Pas daarna krijgt ze een lokaal schokje. Als een koe de uiterste grens bereikt, de zogeheten pulslimiet, stopt de halsband automatisch met corrigeren. Hoewel de allereerste dag voor de koeien even wennen was, leerden ze de signalen volgens Sprangers snel begrijpen. Al op de tweede dag van de training was er nog maar één koe die een lokaal schokje kreeg. De andere dieren draaiden direct om zodra ze het belletje hoorden.

Hoewel je misschien onrust zou verwachten, benadrukt de melkveehouder dat de koeien er goed op reageren en juist heel rustig zijn gebleven. Ook wanneer ze nu het signaal krijgen dat ze om moeten draaien, reageren ze daar volgens haar kalm op. Sprangers ziet dat het systeem goed werkt. Toch verwacht ze voor de toekomst meer mogelijkheden voor de Collie, die nog verder wordt ontwikkeld. Ze denkt daarbij bijvoorbeeld aan tochtsignalering, afkalfgedrag, registratie van weideganguren en signalering bij kreupelheid.

De samenwerking met Natuurmonumenten vormt een belangrijke pijler onder het bedrijf. Ongeveer 90 procent van de 70 hectare gebruikte grond is eigendom van de natuurbeheerder. Volgens Sprangers ontstaat succes vooral door voortdurend in gesprek te blijven. Soms botsen belangen rond bijvoorbeeld bemesting, maar meestal worden gezamenlijk oplossingen gevonden.

Kijken naar de koe

Ondanks alle nieuwe technologie blijft de basis van het management verrassend eenvoudig. Waar andere bedrijven veel werken met voeranalyses en rantsoenberekeningen, vertrouwt de familie sterk op observatie van diergedrag. ‘Liggen ze rustig? Herkauwen ze? Reageren ze normaal? Dat zegt ons vaak meer dan allerlei cijfers’, geeft Sprangers aan. Die benadering past volgens haar bij een extensief biologisch systeem waarin efficiëntie niet alleen wordt afgemeten aan liters melk. ‘Misschien zouden we meer melk kunnen produceren, maar dan stijgen de kosten ook. Dit systeem past bij ons bedrijf en bij de omgeving.’

Dit jaar was ongunstig voor jakobskruiskruid. (Jan Stads)

Overigens had de droogte van deze zomer ook effect op de bedrijfsvoering. Weilanden kleurden volledig geel. Waar het melkveebedrijf normaal gesproken pas vanaf september begint met ‘s nachts bijvoeren, gebeurde dat halverwege juli al. Omdat het bedrijf biologisch is, brengt dit extra kosten met zich mee. Biologisch voer is beduidend duurder dan de gangbare variant. Aan de andere kant merkte Sprangers dat de koeien graag buiten zijn, ondanks dat er binnen voer klaar lag en de weide schraal was. Gelukkig herstelde de grasmat vrij snel: na twee dagen regen kleurden de percelen weer groen.

Jakobskruiskruid

Een bijkomend nadeel bij deze droge zandgronden is dat een neerslagtekort leidt tot open plekken. Daardoor staat het gele jakobskruiskruid er vrolijk bij. Enkele jaren geleden startte op het bedrijf van de familie Sprangers een proef tegen dit kruid. Daarbij werd de jakobskruisaardvlo ingezet, die vooral in duinen voorkomt. De larven van de aardvlo vreten zich via de wortels een weg door het hart van de stengel van het jakobskruiskruid, waardoor de plant doodgaat. Deze biologische manier van bestrijden past goed bij het melkveebedrijf bij de Loonse en Drunense Duinen.

Toch zijn de larven geen wondermiddel en duurt het enkele jaren voordat daadwerkelijk effect is te zien. Bovendien vraagt deze methode om beleid. ‘Zo kun je niet maaien, want dan maai je de plant met de larven er ook uit’, legt Sprangers uit. Bij maaipercelen worden de planten wel uit de grond verwijderd. Op het proefperceel met de aardvlo verwacht de Brabantse ondernemer dat 30 procent van de planten eruit is. ‘Als er toch al te veel staat om uit te steken, is dit mooi meegenomen’, besluit ze.