De stalproef met Kopros levert bewijs dat het middel de mesteigenschappen verandert.
De stalproef met Kopros levert bewijs dat het middel de mesteigenschappen verandert. Peter Roek

Onderzoekers vinden effecten van Kopros

Sectoren - Veehouderij - Melkvee

Aanleiding voor het onderzoek naar de werking van Kopros is een tussenuitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in 2025. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur had een subsidieaanvraag van Novus AgroEcology, de leverancier van Kopros, eerder afgewezen. Volgend het CBb was die weigering onvoldoende onderbouwd.

De proef werd uitgevoerd in een melkveestal met roostervloer, waarbij de vloer van één deel van de stal met Kopros werd behandeld en het andere deel onbehandeld bleef. In de behandelde mest daalde het gehalte vluchtige vetzuren met 65 procent van 10 naar 3,5 gram per kilo. Ook nam het organischestofgehalte met 11 procent af.

Het gehalte ammoniumstikstof steeg met 5 procent, het totale stikstofgehalte met 3 procent en de pH van 7,1 naar 7,4. De afname van vluchtige vetzuren komt overeen met eerdere praktijkervaringen dat met Kopros behandelde mest minder stinkt. De onderzoekers wijzen daarnaast op een mogelijke vermindering van methaanvorming.

Minder vervluchtiging

Een belangrijke conclusie is dat de verhouding tussen stikstof en fosfor in de behandelde mest 2,6 procent hoger lag. Dat wijst erop dat minder stikstof uit de mest en de stal vervluchtigde. Op basis daarvan schatten de onderzoekers de reductie van de ammoniakemissie op minimaal 30 procent. Een mogelijke verklaring is de vorming van een afsluitende biofilm op de stalvloer of op de mest in de kelder.

Lees ook: Ministerie moet opnieuw kijken naar subsidieaanvraag Kopros

De onderzoekers plaatsen wel kanttekeningen bij de resultaten. Door de hogere pH en het hogere ammoniumgehalte kan de behandelde mest na het uitrijden juist meer ammoniak uitstoten. Het uiteindelijke effect hangt onder meer af van hoe snel de mest in de bodem trekt en hoe snel gewassen de stikstof opnemen.

Volgens Wageningen Livestock Research zijn de effecten waarschijnlijk zelfs onderschat. In het behandelde staldeel was 20 tot 25 procent van de roostervloer niet behandeld en waren de koeien gemiddeld verder in de lactatie.