Volgens dierenarts Janneke Saris komt kalverdiarree voor op vrijwel alle melkveebedrijven.
Volgens dierenarts Janneke Saris komt kalverdiarree voor op vrijwel alle melkveebedrijven. David Hilberink

Kalverdiarree voorkomen begint vóór de geboorte

Sectoren - Veehouderij - Melkvee

Saris ziet het bijna dagelijks van dichtbij. De praktijk waar zij werkt, Van Duin tot Dijk Dierenartsen, is een gemengde praktijk met twee vestigingen en telt vier dierenartsen die volledig in de buitendienst actief zijn om de honderd melkveebedrijven te bezoeken. ‘We zitten de hele dag tussen de koeien’, zegt Saris. ‘Kalverdiarree is iets wat we regelmatig zien. Eigenlijk heeft iedereen er wel eens mee te maken.’

De aandoening ontstaat vaak in de eerste levensweken door het rotavirus, coronavirus, de E. colibacterie en crypto. Het probleem is volgens de dierenarts goed vast te stellen. Maar de gevolgen kunnen verder reiken dan alleen een ziek kalf. ‘Daarom besteden we veel tijd aan het voorkomen van kalverdiarree en aan het bespreekbaar maken ervan. We denken dat er veel problemen uit voort kunnen komen.’

Een kalf dat in de eerste levensweken diarree krijgt, kan minder goed groeien. Saris ziet een verband met problemen die pas later zichtbaar worden. Regelmatig ziet ze kalveren die op latere leeftijd longontsteking krijgen. Of vaarzen die minder goed groeien en daardoor later worden geïnsemineerd.

Preventie

Een belangrijk onderdeel van de preventieve aanpak is volgens de dierenarts dan ook het verhogen van de weerstand van het kalf. Dat begint bij de moeder. Op veel bedrijven die de praktijk begeleidt, worden daarom droge koeien gevaccineerd met Fencovis van Boehringer Ingelheim.

Het vaccin is bedoeld voor drachtige koeien en vaarzen en stimuleert de aanmaak van antistoffen tegen het rotavirus, coronavirus en E. coli. De afweerstoffen worden via de biest aan het kalf doorgegeven. Saris: ‘Op die manier creëren we als het ware ‘superbiest’ die we aan de kalveren geven.’

Belangrijk daarbij is wel om de vaccinatie niet los te zien van het verdere biestmanagement. De kwaliteit van de biest en de manier waarop die aan het kalf wordt gegeven, bepalen mede hoeveel antistoffen het kalf daadwerkelijk binnenkrijgt. ‘We willen de biest zo goed mogelijk benutten. Het liefst geven we die gedurende de eerste zeven dagen aan de kalveren. Op die manier ondersteun je de weerstand in een belangrijke periode’, zegt de dierenarts.

Ook andere maatregelen

Saris komt ook nog bedrijven tegen die niet vaccineren en waar een kalf ziek is geworden. ‘Dan komen we voor een kalf met diarree dat slap is of niet wil drinken. Dat leidt tot frustratie’, vertelt ze. Volgens haar is vaccinatie daarom een belangrijk onderdeel van de aanpak, maar zeker niet de enige maatregel. Ook hygiëne van het afkalfhok en de eenlingboxen en een goed biestmanagement zijn belangrijk, benadrukt Saris. ‘Op bedrijven waar wij Fencovis vaccineren en waar we tegelijkertijd het gesprek hebben over het verbeteren van het biestmanagement en de hygiëne, zien we veel minder kalveren met diarreeproblemen.’

De aandacht verschuift daarmee van behandelen naar voorkomen. Dat is niet alleen goed voor het kalf, maar ook voor de veehouder. Een ziek kalf vraagt om extra werk en aandacht. Ziekte in de eerste levensweken kan bovendien gevolgen hebben voor de verdere opfok, zegt de dierenarts. ‘Kalveren stromen met deze aanpak veel beter door naar de opfok. Dat geeft meer tevreden veehouders, omdat er minder werk hoeft te worden besteed aan zieke dieren.’

Snel effect

Een groot voordeel van vaccineren is volgens Saris dat het effect snel zichtbaar is. ‘Als we vandaag droge koeien enten, zien we binnen drie weken effect. We hoeven het maar één keer toe te dienen in de droogstand.’ Dat maakt het volgens haar heel praktisch.

Uiteindelijk gaat het om meer dan alleen diarree voorkomen in de eerste levensweken. Een goede start moet zich vertalen naar een gezonde vaars die probleemloos door de opfok komt. Saris: ‘Uiteindelijk hebben we een gezondere vaars op twee jaar leeftijd.’

Dit artikel is gecreëerd dooronze kennispartner Boehringer Ingelheim