
Onderzoek: rantsoen van invloed op wateropname koe
Sectoren - Veehouderij - MelkveeTijdens zijn stage bij Voergroep Zuid onderzocht Van Lierop welke factoren de wateropname van melkvee beïnvloeden. Voor zijn onderzoek combineerde hij een literatuurstudie met praktijkonderzoek op vijf melkveebedrijven. Daaruit blijkt dat melkkoeien dagelijks tussen de 60 en 125 liter water drinken.
De wateropname van een koe hangt nauw samen met de drogestofopname en de melkproductie. Een te lage wateropname kan leiden tot uitdroging, pensverzuring, een lagere voeropname en uiteindelijk minder melk. Ook de temperatuur van het water is van invloed. Gemiddeld neemt de wateropname met 1,3 liter per koe per dag toe voor iedere graad Celsius temperatuurstijging.
Plaats drinkbak bepalend
Niet alleen het weer, maar ook de inrichting van de stal beïnvloedt hoeveel koeien drinken. Uit observaties blijkt dat melkkoeien vooral direct na het vreten en na het melken water opnemen. Daarom adviseert Van Lierop om drinkpunten dicht bij het voerhek of de uitgang van de melkrobot of melkstal te plaatsen.
Ook het type drinkbak maakt verschil. Op de onderzochte bedrijven namen koeien uit open vlotterbakken tot drie keer meer water op dan uit sneldrinkers. Naast de beschikbaarheid van water onderzocht de student ook de chemische en bacteriologische kwaliteit van drinkwater. Volgens hem kunnen al relatief lage bacteriële verontreinigingen gevolgen hebben voor de diergezondheid.
De samenstelling van het rantsoen beïnvloedt eveneens de wateropname. Zo stimuleert een hoger gehalte aan zouten koeien om meer te drinken, omdat die bijdragen aan de vochtbalans in het lichaam. Daarnaast speelt het drogestofgehalte van het rantsoen een belangrijke rol. Hoe droger het rantsoen, hoe meer water een koe moet opnemen om haar vochtbalans op peil te houden.