Het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten werd in 2022 ondertekend. Doel van het convenant is het verminderen van de milieu-impact van potgrond en substraten door het gebruik van meer hernieuwbare grondstoffen, verantwoord veengebruik, innovatie en samenwerking in de keten.
Het Convenant Milieu-impact Potgrond en Substraten werd in 2022 ondertekend. Doel van het convenant is het verminderen van de milieu-impact van potgrond en substraten door het gebruik van meer hernieuwbare grondstoffen, verantwoord veengebruik, innovatie en samenwerking in de keten. Job Hiddink

Potgrond bevat steeds meer hernieuwbare grondstoffen

Sectoren - Glastuinbouw - Potplanten

Het convenant werd in 2022 ondertekend met als doel de milieu-impact van potgrond en substraten te verminderen. Dit kan door meer hernieuwbare grondstoffen te gebruiken, verantwoord veengebruik, innovatie en samenwerking in de keten.

In het jaarverslag wordt vermeldt dat de doelstelling van de aandelen hernieuwbare grondstoffen en verantwoord gewonnen veen (RPP-gecertificeerd) is gehaald.

Alleen het doel voor compost is nog gehaald, ook al steeg het gebruik met 17 procent ten opzichte van 2024. Het gaat om een stijging van circa 390.000 kuub naar bijna 460.000 kuub, blijkt uit informatie van de Vereniging Potgrond- en Substraatfabrikanten Nederland.

Toetsingskader nieuwe grondstoffen

Verder zijn vorig jaar belangrijke stappen gezet op het gebied van onderzoek, innovatie en samenwerking, zo staat in het convenant. De Route- en Kansenkaart Hernieuwbare Grondstoffen heeft verder invulling gekregen en er is gewerkt aan een toetsingskader voor nieuwe grondstoffen. Ook is de ontwikkeling van een wetenschappelijk onderbouwde Levenscyclusanalyse (LCA)-systematiek verder gebracht.

Volgens voorzitter Gerard Schouw van het Convenant milieu-impact potgrond en substraten laten de resultaten van 2025 zien dat het convenant werkt. ‘We hebben belangrijke stappen gezet richting substraten met een lagere milieu-impact. Tegelijkertijd realiseren we ons dat de uitdagingen richting 2030 groot blijven en verdere samenwerking noodzakelijk is.’

Het convenant ligt op koers richting de ambities voor 2030. Dit jaar vindt een onafhankelijke evaluatie plaats van de samenwerking binnen het convenant en wordt verder gewerkt aan de uitvoering van de route- en kansenkaart.