
‘Misschien moet ik mijn mening over landgebruik bijstellen’
Sectoren - Glastuinbouw - PaddenstoelenDe druk wordt enerzijds veroorzaakt omdat woningbouw, industrie, infrastructuur en natuur een steeds sterkere claim leggen op het gebruik van landbouwgrond. Anderzijds omdat boeren en tuinders in het gebruik van hun grond steeds verdere beperkingen krijgen opgelegd vanuit de maatschappij.
Als boerenzoon met een agrarische opleiding en altijd werkzaam geweest in de agrarische sector ben ik de mening toegedaan dat landbouw en natuur kunnen samengaan en er geen tegenstelling is. Door de toenemende druk vanuit de maatschappij op bijvoorbeeld het gebied van stikstof en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen lijkt die tegenstelling er toch te ontstaan. Ook de eerder voorgestelde agrarische hoofdstructuur door Louise Fresco en Cees Veerman lijkt erop voor te sorteren om bepaalde gebieden aan te wijzen waar land- en tuinbouw voor een langere periode zonder al te veel beperkingen kan plaatsvinden. Deze visie ligt inmiddels in de la.
Enkele maanden geleden las ik het artikel van Hidde Boersma in NRC waarin hij de vraag stelt hoe voedselproductie en natuurbehoud het beste gecombineerd kunnen worden. Wij focussen ons op dit moment op landsharing, dat wil zeggen landbouw en natuur zoveel mogelijk combineren op hetzelfde perceel. Ook mijn denkbeeld dus. Daarnaast spreekt Boersma over landsparing, waarbij je minder landbouwgrond nodig hebt door de productie te concentreren en optimaliseren op de vruchtbaarste gronden. Daarmee blijft er meer grond over voor ander gebruik inclusief natuur.
Ik ben de mening toegedaan dat landbouw en natuur kunnen samengaan en er geen tegenstelling is
Het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is op dit moment volledig gebaseerd op landsharing. Een van de doelstellingen is dat in 2030 een kwart van de Europese landbouw biologisch wordt beheerd. Via de ecoregelingen kunnen boeren worden beloond voor landsharing. Volgens Boersma zou het veel beter zijn de landbouw te concentreren op de vruchtbaarste gronden, terwijl de minder vruchtbare grond meer voor de natuur kan worden bestemd.
Wat als wij dit bezien vanuit een Europese bril met onze vruchtbare delta en de kennis en kunde van Nederlandse boeren en tuinders? Het lijkt nog ver weg, maar misschien moet ik mijn mening wel bijstellen voor een visie voor 2100.