
Student pioniert met pindateelt op ouderlijk bedrijf
Sectoren - Gewas - AkkerbouwDe 24-jarige HAS-student pioniert er flink op los op de asperge- en preiplantenkwekerij van zijn ouders. Bodynek kocht vijf jaar geleden op een webshop een handvol pinda’s. Daarvan oogstte hij het eerste jaar precies één pinda. Dat was voor hem genoeg om ermee door te gaan.
Met behulp van veredelaars uit Ierland testte Bodynek in totaal veertig pindarassen. Na jaren van proberen en selecteren is zijn experiment uitgegroeid tot een bouwplan met vier rassen. ‘Het doel is om eigen pindakaas en snackpinda’s te maken’, legt Bodynek uit. ‘We proberen de keten zo kort mogelijk te houden; van het zaaien tot de verwerking en verkoop willen we het allemaal zelf doen.’
150.000 stuks per hectare
Begin mei gingen 150.000 pinda’s de grond in. De bloem bestuift zichzelf en binnen twee dagen groeit daaruit een wortel richting de grond. Zodra de wortel ondergronds is, maakt deze peulen met pinda’s aan.
Medio september was de tijd rijp voor de oogst van de eenjarige peulvrucht. Ook dat is nog een beetje pionieren. Met een oude rabarberlichter haalt Bodynek de pindaplanten uit de bodem, die direct daarna met hand worden omgedraaid zodat de pinda’s op het land kunnen drogen. ‘Het was een goed seizoen’, kijkt Bodynek tussen het rooien door tevreden terug op zijn proefperceel. ‘Pinda’s hebben veel zon en water nodig. We hebben de planten meerdere keren per week beregend.’
Pindaplanten zijn gevoelig voor schimmels. Wat dat betreft is de teelt in Nederland een groot risico, weet de jonge ondernemer. ‘Ik kan en mag het gewas niet spuiten. Want gewasbeschermingsmiddelen zijn in Nederland simpelweg niet toegelaten omdat pinda’s hier niet worden geteeld. Ik wil de plantdichtheid optimaliseren, zodat er genoeg lucht door kan en het gewas sneller droogt na een regenbui.’
Tekst gaat verder onder video.Elke plant draagt zeventig tot honderd peulen, met daarin gemiddeld drie pinda’s. De pindapionier heeft in Turkije een dorsmachine gekocht. Die is deze week gearriveerd en scheidt de peulen van de planten als ze droog zijn. ‘Turkije is het dichtstbijzijnde land waar ze pinda’s telen’, lacht Bodynek. ‘70 procent van de wereldwijde productie komt uit Argentinië, de rest uit Midden-Amerika, de Verenigde Staten en Azië. Ik kan echt niet concurreren in prijs met die landen.’
Dus zoekt Bodynek naar afzetkansen in het hogere segment. De pindapers en roosterapparatuur staan al in de startblokken, zodat in december de productie kan starten. Via een eigen webshop brengt hij het smeuïge broodbeleg en de losse pinda’s aan de man. ‘Dat zal duurder zijn dan in de supermarkt. Maar het is een lokaal product met een kleine voetafdruk. Ik hoop dat de consument en de horeca in de regio daar iets meer voor willen betalen.’