
Akkerbouwers doen inspiratie op bij afvalverwerker
Sectoren - Gewas - AkkerbouwGoede ideeën zijn er volop in de akkerbouw, maar ze komen niet altijd verder dan de keukentafel. Tijd, geld, kennis, netwerk en risico vormen een drempel. Daarom lanceerde BO Akkerbouw het innovatieplatform Akkerbooster. Het platform wil inspireren, verbinden en ruimte bieden om te experimenteren. Dat gebeurt met een kernteam van jonge akkerbouwers en het netwerk van BO Akkerbouw. Afhankelijk van het vraagstuk worden telers, onderzoekers, experts, bedrijven en ketenpartijen betrokken. Een idee moet echt vernieuwend en praktisch toepasbaar zijn.
Maar inspiratie komt niet alleen uit de eigen sector. Jaarlijks organiseert BO Akkerbouw vanuit Akkerbooster vijf expedities naar bedrijven waar ondernemerschap, techniek en omdenken samenkomen. Soms is de link met de akkerbouw direct, soms niet. ‘Juist een kijkje buiten de sector moet ideeën losmaken’, stelt directeur André Hoogendijk van BO Akkerbouw bij het bezoek aan Renewi Organics.
Een van die expedities voert de sector naar de grootste locatie van afvalverwerker Renewi Organics, waar jaarlijks 130.000 ton etensresten worden verwerkt. Dagelijks arriveren 35 vrachtwagens met materiaal van supermarkten en horeca. Iedere vracht passeert de weegbrug en wordt daarna voorbewerkt. Verpakte producten gaan door een installatie die de verpakking openslaat. Dan blijft een bruine massa over die projectmanager Tom Blommaart omschrijft als ‘oma’s bruinebonensoep’. Etensresten bestaan voor 75 procent uit water, 19 procent uit organische droge stof, 5 procent uit vervuiling en 1 procent uit nutriënten. Door scheidingsfouten is een kwart van de installaties permanent in onderhoud.
Vrachtwagenbrandstof
Na de voorbewerking gaat de organische massa voor circa 23 dagen in de vergister. Bacteriën zetten het materiaal om in biogas, dat wordt opgewerkt tot groen gas en bio-LNG. Een deel gaat naar het gasnet en het deel bio-LNG kan dienen als vrachtwagenbrandstof. Verder wordt CO2 afgevangen voor kassen in het Westland.
Na vergisting wordt het materiaal gescheiden in een dikke en dunne fractie. De dikke fractie kan worden gemengd met compost en als bodemverbeteraar worden toegepast. De dunne fractie bevat nutriënten, maar ook veel water. Vervoer is daardoor kostbaar. Bovendien bepalen afvalstoffen- en mestwetgeving waar en hoe compost en digestaat mogen worden gebruikt.
Tijdens het bezoek maakten de deelnemers de vertaalslag naar hun sector. Welke reststromen blijven in de akkerbouw over en welke kunnen hoogwaardiger worden benut? Genoemd werden overtollige uien waarvoor elders geen afzetbestemming meer kon worden gevonden. Voor uien geldt dat menselijke consumptie voorrang heeft. Alleen als een hogere toepassing niet mogelijk is, komt vergisting in beeld.
Grenzen aan ondersteuning
Bij andere materialen draait het om een schone, herkenbare en voldoende grote stroom. Volgens Blommaart kan Renewi de akkerbouwsector ondersteunen met de verwerking van restproducten vanuit bijvoorbeeld de suiker- of fritesindustrie, maar kan het niet zomaar resten verwerken. ‘Dat vraagt aanpassingen aan de installaties.’
Teeltspecialist Jesse Quist deed mee aan de expeditie in Amsterdam en kijkt er met een goed gevoel op terug, zegt hij in een video van BO Akkerbouw. ‘Het is altijd goed om breder te kijken dan je eigen keuken groot is. Van innovaties buiten je sector, die wel invloed hebben op je sector, leer je hoe je zelf weer kunt verbeteren en innoveren.’
Platform Akkerbooster helpt ideeën verder te brengen
Akkerbooster is het innovatieplatform van BO Akkerbouw en ging eind vorig jaar van start. Het helpt akkerbouwers om ideeën uit te werken, partners te vinden, kennis te benutten en praktijkproeven op te zetten. Het kernteam bestaat uit drie jonge akkerbouwers: Koen Klompe, Leendert Jan Onnes en Jeffrey Prins. Samen beoordelen zij of ideeën aansluiten bij de dagelijkse praktijk en welke steun nodig is. Overigens zoeken zij nog versterking. Coördinator Lotte van Dueren den Hollander bouwt het platform namens BO Akkerbouw verder uit en verbindt ondernemers met onderzoekers, bedrijven en deskundigen binnen en buiten de sector.