
Belgiƫ verwacht lagere opbrengsten voor vroege aardappelen
Sectoren - Gewas - AkkerbouwViaverda bemonstert in de aanloop naar de oogst jaarlijks diverse consumptierassen om een indruk te krijgen van de opbrengsten en de kwaliteit van de aardappelen die bestemd zijn voor de verwerkende industrie. De bemonstering start met het vroege ras Amora en het middenvroege ras Sinora. Van beide rassen zijn monsters genomen van acht praktijkpercelen.
Voor Amora geldt dat na 97 groeidagen een bruto-opbrengst is bepaald van 37 ton per hectare. Dat is slechts een fractie minder dan het gemiddelde van voorgaande jaren na evenveel groeidagen. De opbrengsten op de verschillende percelen variƫren van 27 tot 44 ton per hectare, afhankelijk van vooral de pootdatum en het aantal keren beregening. De onderzoekers stellen vast dat het gewas van Amora inmiddels gemiddeld voor 33 procent is afgerijpt.
Afrijping verder dan voorgaande jaren
Bij Sinora is de afrijping gemiddeld 24 procent. Op dit moment in het groeiseizoen is de ontwikkeling daarmee verder dan voorgaande jaren. De bruto-opbrengsten na 91 groeidagen liggen voor dit middenvroege ras op 26 ton per hectare met een variatie van 17 tot 38 ton. Opvallend is dat de hoogste opbrengsten worden gemeten op percelen waar grof pootgoed is gebruikt. Ten opzichte van het meerjarig gemiddelde na 91 groeidagen blijven de opbrengsten van Sinora in 2026 tot dusver met 30 procent achter.
Over de kwaliteit meldt Viaverda voor zowel Amora als Sinora nu al naar verhouding hoge onderwatergewichten en een goede bakkwaliteit. Van doorwas of drijvers is nog nauwelijks sprake. Het gemiddelde knolaantal per struik is in beide rassen gemiddeld of iets lager dan gemiddeld. Dat lijkt op dit moment gunstig voor de maatsortering van de fritesaardappelen.