
‘Convenant gewasbescherming moet wel tanden hebben’
Sectoren - Algemeen - PolitiekHet onderwerp gewasbescherming verdeelt de Tweede Kamer. Dat bleek donderdag tijdens het Kamerdebat over dit dossier. Centraal staat het Convenant gewasbescherming waarmee het kabinet in samenwerking met de sector het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wil reduceren.
Organisaties binnen de agrarische sector ondertekenden hiervoor al op 14 juli een hoofdlijnenakkoord. Het vervolgproces bestaat uit het sluiten van een generiek deelconvenant en zeven deelconvenanten per agrosector, waarin de opgave preciezer is uitgewerkt.
De Kamerleden plaatsen kanttekeningen bij deze aanpak, al is niemand tegen het convenant. ‘Ik denk dat er iets moois uit kan komen’, zegt Anne-Marijke Podt van D66. ‘Er wordt gesproken over een forse reductie en er komen afspraken over water, natuur en de leefomgeving.’
‘Maar er moet geleverd worden’, gaat de D66-politica verder. ‘We hebben dit vaker gezien. Er waren eerder al een convenant, actieplan en toekomstvisie. Plannen en papier. Daarom moet er deze keer iets liggen met tanden. Want wat gebeurt er als de sectorpartijen klaar zijn en het resultaat niet optelt om bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water te halen?’
Goede bedoelingen
Ook Laura Bromet (PRO) vindt het convenant ‘doorspekt van goede bedoelingen’ en ziet veel positieve punten. Maar zij vraagt zich af of er geen ‘stok achter de deur’ in moet zitten. Ze wil dat ondernemers kunnen worden aangesproken als er geen vooruitgang wordt geboekt.
Daarnaast vragen Podt, Bromet en ook Ines Kostic (Partij voor de Dieren) zich af wat het convenant waard is zonder de handtekeningen van maatschappelijke partijen. Stichting Natuur & Milieu en LandschappenNL hebben meeonderhandeld, maar trokken zich uiteindelijk toch terug.
Partijen zoals BBB, PVV, JA21 en SGP wijzen op de gevolgen voor de voedselproductie, als belangrijke middelen op korte termijn worden verboden zonder dat er vervangende middelen beschikbaar zijn waarmee boeren en tuinders hun gewassen kunnen beschermen. ‘Rücksichtslos middelen schrappen, geeft problemen’, stelt Caroline van der Plas (BBB).
Lees ook: ‘Keten en maatschappij nodig voor gewasbescherming’
Joris Lohman (CDA) benadrukt dat de uitwerking van een dergelijk convenant moet sturen op de belasting van het milieu en de leefomgeving. En niet louter op het terugdringen van kilo’s gewasbeschermingsmiddelen. Ook vindt hij dat de keten een bijdrage moet leveren. PVV’er Chris Jansen waarschuwt voor ‘koppen’ op Europees beleid, waardoor de concurrentiepositie van Nederlandse telers wordt ondermijnd.
Staatssecretaris Silvio Erkens (LVVN) betreurt dat de maatschappelijke organisaties zijn afgehaakt bij het convenant. Hij stelt dat natuurorganisaties, milieuclubs en bewonersgroepen nog steeds gesprekspartner zijn bij de verdere uitwerking van de convenanten, maar dat zij niet meeonderhandelen over de inhoud.
Erkens zegt dat in het convenant wel degelijk stevige afspraken komen. ‘We werken aan generieke reductiedoelen met wettelijke doelstellingen en kaders. Voor bijvoorbeeld leefomgeving, water en natuur worden afspraken vastgelegd en daar wordt op gehandhaafd.’
Aanvullend beleid
De deelsectoren werken de borging van deze generieke doelen uit in een deelconvenant, vervolgt de staatssecretaris. ‘Wij toetsen of de borging sterk genoeg is. En als er niet wordt geleverd op de tussendoelen, zullen we met aanvullend beleid komen.’
Dat de bovenwettelijke afspraken over reductiedoelen in het convenant kunnen leiden tot beleid dat afwijkt van de Europese regels, is volgens Erkens niet uitzonderlijk. ‘Lidstaten kunnen daar zelf invulling aan geven.’ Hij wijst naar Denemarken, waar bijvoorbeeld een verbod op PFAS-houdende middelen is ingevoerd.
Over de convenanten hoeft de Tweede Kamer niet te stemmen, wel over de wetswijzigingen die eruit voortkomen. Toch hoopt Erkens dat de Kamer zich achter de afspraken met de sectorpartijen schaart. ‘Het helpt als we straks een akkoord hebben dat tot 2040 voor stabiliteit zorgt en waarvoor ook politiek draagvlak is, onafhankelijk van welke toekomstige kabinetten er zijn. Stabiel beleid zorgt ook voor zekerheid voor telers, zodat ze kunnen investeren.’