
‘Keten en maatschappij nodig voor gewasbescherming’
Sectoren - Algemeen - PolitiekSteeds landt het onderwerp gewasbescherming op het bord van de boer. Alleen ‘minder, minder, minder’ tegen telers roepen, levert geen perspectief op. Daar hebben we de hele keten en de maatschappij bij nodig. Het zijn telers die kampen met een krimpend middelenpakket. Het zijn telers die aan de lat staan voor een rendabele teelt. Het zijn telers die worden aangesproken door hun buren. Het zijn telers tegen wie handhavingsverzoeken worden ingediend. Het zijn telers die op dit moment het hele vraagstuk gewasbescherming in hun mik geschoven krijgen.
Waar is de horeca die overstapt op aardappelrassen waarbij je je niet suf hoeft te spuiten tegen phytophthora? Waar is de overheid die optreedt tegen woekerende onkruiden als knolcyperus en doornappel? Waar is de supermarkt die alleen nog duurzame suiker uit Nederland verkoopt? En waar is de consument?
Sector zet grote stappen vooruit
In de akkerbouw nemen we als grootste plantaardige sector onze verantwoordelijkheid. We investeren in onderzoek, telers kopen spotsprayers en we werken met teeltadviseurs aan een lagere milieubelasting. We praten ook actief mee over het Convenant gewasbescherming.
We lopen als sector niet weg voor de grote vragen uit de maatschappij. We willen de milieubelasting fors reduceren, de driftreductie opschroeven en stappen zetten om de verwaaiing van middelen terug te dringen. Middelen horen immers alleen op de akker te belanden en niet in de sloot, bij de buren of in een natuurgebied.
Voor een maatschappelijk onderwerp voelt het wel wat eenzaam. Politiek en overheden praten vaak over het beperken van boeren. Als goedmakertje komen ze soms met een subsidie of een vaag verhaal over een transitie. Maar mooie praatjes en een paar grijpstuivers helpen je niet als je gewas onder een ziekte loopt.
Laten we nu samen in actie komen en laten zien wat we in huis hebben, zodat we in Nederland duurzaam voedsel kunnen produceren
Hou eens op met drammen en dromen. Doe iets waar telers wat aan hebben. Stimuleer robuuste rassen, faciliteer duurzaam bodembeheer, ondersteun waarschuwingssystemen (met AI dus sexy), steek extra handhavingscapaciteit in de teeltvoorschriften, koop duurzaam in en doe iets aan zaaiende onkruiden op je eigen terreinen.
Hoe treurig is het dat je als teler veel minder zou hoeven spuiten als je zou kunnen werken met robuuste rassen, maar dat je afnemer niet durft te veranderen? Als onze gewassen auto’s waren, dan rijden telers vaak noodgedwongen in een Lada. Wie legt aan de burger uit waarom de verduurzaming veel langzamer gaat dan mogelijk is?
We hebben toonaangevende veredelaars in Nederland en de modernste fabrieken voor voedselproductie. Moeten actievoerders zich eerst vastplakken aan een snackbar voordat er een A-merk in actie komt? Of kunnen grote bedrijven stoppen met praten over ‘sustainability’ en daadwerkelijk iets gaan doen?
Gezamenlijke opgave
Als je van afstand kijkt, dan zie je dat we in Nederland telen in de achtertuin van 18 miljoen mensen. We hebben een land vol water, natuurgebieden en boomers met te veel vrije tijd. Daar kunnen we allemaal wat van vinden, maar dit is wel ons landje. We zullen daarom gewasbescherming als onderwerp samen moeten oppakken.
Laten we nu samen in actie komen en laten zien wat we in huis hebben, zodat we in Nederland duurzaam voedsel kunnen produceren. Met rendement voor telers en ketenpartners. Met maatschappelijke waardering. Met overheden en ketenpartijen die hand in hand met de sector stappen vooruitzetten. Moedig voorwaarts.