Drentse boeren blokkeren een weg tussen Vlagtwedde en Jipsinghuizen.
Drentse boeren blokkeren een weg tussen Vlagtwedde en Jipsinghuizen. Huisman Media

‘Stikstofknoop zit dieper dan stikstof’

Sectoren - Algemeen - Politiek Stikstof

Maar Nederland heeft een ander probleem: emissie, depositie, kritische depositiewaarde (KDW), natuurkwaliteit, staat van instandhouding, modellen, additionaliteit en vergunningverlening zijn aan elkaar gekoppeld. Daardoor is de ruimte om te ondernemen vastgelopen.

De stikstofbrief van landbouwminister Jaimi van Essen van vrijdag 26 juni verandert daar onvoldoende aan. De KDW wordt vervangen door emissiedoelen. Er komt een rekenkundige ondergrens en natuurherstel wordt breder bekeken. Maar zolang vergunningverlening afhankelijk blijft van natuurherstel, natuurdoelanalyses, additionaliteit en doorwerking van de KDW verandert er onvoldoende.

Dat is precies waar het Bouwstenendocument emissiereductie landbouw van het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen, LTO Nederland en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt de vinger op legt. Het gaat niet om een optelsom van reductiedoelen, natuurmaatregelen en gebiedsprocessen. Eerst moet er een fundament komen waarop emissiereductie leidt tot vergunningverlening, legalisatie en rechtszekerheid. LTO Nederland volgt de lijn uit de juridische analyses achter deze bouwstenen: publieke natuurverantwoordelijkheid en individuele projectverantwoordelijkheid moeten worden onderscheiden. Dat onderscheid is wezenlijk.

Meer factoren

Boeren kunnen sturen op emissies, maar niet op hydrologie, historische stikstofophoping, het beheer door anderen of de reactie van habitattypen en soorten. Toch worden ze geconfronteerd met een vergunningstelsel waarin hun ontwikkeling wordt beoordeeld tegen een natuurtoestand die door veel meer wordt bepaald dan door hun eigen emissies.

De KDW meet niet de actuele natuurkwaliteit. Een model kan een depositiewaarde berekenen, maar niet zonder meer betrouwbaar aan één bron toerekenen. De rekenkundige ondergrens markeert die grens. Daaronder vallen cumulatieve effecten in het publieke systeem van monitoring, emissiereductie en beleid.

Hetzelfde geldt voor additionaliteit. Overheidsmaatregelen voor de natuurtaak kunnen niet tegelijk als mitigerende maatregel voor een individueel project gelden. Nederland heeft vooraf onvoldoende bepaald welke reductie nodig is voor de publieke natuurtaak en welke ruimte er is voor vergunningverlening en legalisatie. Daardoor wordt bij individuele vergunningen dezelfde natuurherstelvraag gesteld.

Daarmee ontstaat een onhoudbare situatie: ondernemers kunnen hun emissies verminderen, maar de juridische betekenis daarvan blijft afhankelijk van natuur waarop zij nauwelijks invloed hebben. Emissiereductie wordt zo geen route uit het stikstofslot, maar een nieuwe verplichting binnen hetzelfde vastgelopen stelsel.

De oplossing begint bij ordening: de overheid moet haar publieke natuurtaak borgen en additionaliteit programmatisch organiseren. Daarna kan de vergunningprocedure doen waarvoor zij bedoeld is. De stikstofknoop gaat over verantwoordelijkheid. Ondernemers nemen verantwoordelijkheid voor wat zij kunnen beïnvloeden, de overheid voor haar publieke natuurtaak. Zolang dat onderscheid ontbreekt, krijgen boeren wel verplichtingen, maar geen vergunningruimte of rechtszekerheid.

Volg de ontwikkelingen rond de stikstofmaatregelen op onze themapagina