
Biologische boeren willen ruimte voor eigen aanpak
Sectoren - Algemeen - EconomieMarco van Liere in het Noord-Brabantse Esbeek is een van die bioboeren die in afwachting is van de plannen. Hij is de vierde generatie op de sinds 1993 biologische boerderij. Hij heeft een kleine honderd Fleckvieh-koeien die grazen op bij elkaar 90 hectare grond rondom Natura 2000-gebied. De koeien lopen minimaal 180 dagen buiten.
De bioboer is opgetogen over de maatwerkplannen die de minister wil voor de biologische sector, maar het is voor hem nog weinig concreet. ‘In algemene zin is het belangrijk dat het kabinet voor ogen heeft waar we naartoe willen met het land en daarop aanstuurt. Als ze in een zone rond een Natura 2000-gebied extensieve veehouderij willen hebben, moeten ze dat voor een boer mogelijk maken zonder veel kunst- en vliegwerk.’
En met dat laatste doelt Van Liere niet alleen op de regelgeving, maar ook op het financiële plaatje. ‘Op het perceel naast mij staan bijvoorbeeld gangbare aardappelen en die drijven de grondprijzen omhoog. Dan kun je als overheid ook zeggen: ‘Dit is een extensief gebied, dus daar gelden extensieve grondprijzen’. Anders moeten die boeren aan een subsidie-infuus en daar ben ik geen voorstander van. De factoren die het rendabel maken om te intensiveren, moet je daar uitschakelen.’
Van Essen werkt aan bindende afspraken met supermarkten en verwerkers. En ook aan eventueel wettelijke maatregelen om de vraag te vergroten. Een verplichting om biologische melk toe te voegen aan gangbare producten, is een optie die wordt verkend.
Van Liere is niet voor zo’n plicht. ‘Ik doe sommige dingen wel en andere niet, vergeleken met gangbare boeren. Dat wordt tenietgedaan als we samen in één pak terechtkomen. Ik wil dat consumenten die het eens zijn met wat ik doe, daar ook echt voor kunnen kiezen. Het gaat om de integriteit en intrinsieke waarde van het product. Als er een kwart bio in een pak moet, betekent dat dan dat ik ook weer een kwart van de kunstmest mag strooien? Dan wordt het zoiets halfslachtigs.’
Bedrijfsspecifieke aanpak
Een krappe 200 kilometer verderop, in het Twentse De Lutte, werkt Marije Elderink op de biologische melkveehouderij Het Hengelman. Behalve zo’n 150 melkkoeien, telt het bedrijf ook een kaaswinkel waar de eigen producten worden verkocht. Zij denkt ook dat maatwerk op zijn plaats is.
Als extensief bedrijf leveren de beoogde ammoniak- en GVE-normen geen probleem op. Elderink: ‘Maar het vreemde is dat de gehanteerde berekening voor CO2-emissie juist negatief uitpakt voor een sector die door de overheid als koploper wordt gezien en waarvan ze het areaal juist wil vergroten.’
De melkveehouder ziet diverse mogelijkheden voor maatwerk die het perspectief van ondernemers kan verbeteren. ‘De verkoop van rauwe melk en rauwmelkse kaas op de boerderij wordt erg moeilijk gemaakt, door strengere en kostbare regelgeving. Denk bijvoorbeeld aan de verplichting om een melktap elke maand te laten testen in een laboratorium.’
Daarnaast zijn er volgens Elderink regio’s waar boerderijwinkels maximaal 10 procent van hun assortiment elders mogen inkopen. ‘Dat staat haaks op het stimuleren van de korte keten.’
De kabinetsambitie om het areaal biologisch te laten groeien met 15 procent, ziet Elderink wel zitten. Ze plaatst wel een kanttekening: ‘Het is goed dat de overheid regelingen wil opzetten en de keten verantwoordelijkheid wil laten dragen voor de omslag naar minder emissies. Maar uiteindelijk moet de consument de waarde van biologische producten inzien en bereid zijn die te betalen.’
Om de markt echt te veranderen, moeten supermarkten volgens Elderink actiever bijdragen door consumenten te stimuleren meer Nederlandse biologische en natuurinclusieve producten te kopen. ‘Ook kan de overheid sturen door milieuvriendelijke producten lager te belasten’, geeft ze aan.
Lees ook het interview met Biohuis-directeur Sander van Diepen: ‘De overheid moet veel sterker inzetten op vraagontwikkeling’
Minister Van Essen zegt dat hij van de keten actie verwacht. ‘Anders gaat het niet werken.’ Hij wil voorkomen dat melkveehouders op grote schaal omschakelen naar biologisch, terwijl de markt de extra biologische melk niet kan opnemen.
‘We praten met ketenpartijen over afspraken die de vraag naar biologische producten moet vergroten’, laat de landbouwminister weten. ‘In de aanvullende financiële plannen is daarvoor 43 miljoen euro beschikbaar. Een deel van dat bedrag is bedoeld om ketenafspraken te maken en de afzet van biologische producten te stimuleren.’
Volgens Van Essen wordt nu eerst ingezet op afspraken met supermarkten en andere ketenpartijen over de afzet en presentatie van bioproducten. Als die afspraken onvoldoende resultaat opleveren, worden wettelijke maatregelen voorbereid. In april 2027 moet duidelijk zijn of dat vrijwillige spoor voldoende zekerheid biedt.
Inzicht in verwachte uitstoot
Boeren kunnen binnenkort zelf beter inzicht krijgen in hun verwachte emissies en de maatregelen die zij kunnen nemen. Het ministerie werkt aan een rekentool die volgens de landbouwminister een volledig en betrouwbaar beeld geven van de mogelijkheden binnen de nieuwe systematiek.
Van Essen benadrukt dat de rekentool ook rekening houdt met de verschillende typen bedrijven en de wisselwerking tussen maatregelen. ‘Als je als overheid iets neerzet op je website, moet het kloppen.’
De precieze juridische borging van de waardering voor onder meer weidegang moet nog worden uitgewerkt. Van Essen zegt dat daaraan wordt gewerkt.