
‘Kijk bij verduurzaming verder dan alleen biologisch’
Sectoren - Algemeen - EconomieAdema reageert op onderzoek van Questionmark, waaruit blijkt dat 86 procent van de onderzochte A-merken geen biologische varianten op de markt brengt. Ook heeft geen van de merken een concrete groeidoelstelling voor biologisch. De onderzoekers stellen dat fabrikanten zich vooral richten op andere vormen van verduurzaming, zoals regeneratieve landbouw en eigen bedrijfsprogramma’s met duurzaamheidscriteria.
De FNLI weerspreekt die kwalificatie. Volgens de directeur doet deze geen recht aan de structurele investeringen van voedingsmiddelenbedrijven in programma’s met concrete doelen en meetbare resultaten. Door producenten vooral te beoordelen op hun biologische assortiment en groeidoelstellingen, blijft een groot deel van hun verduurzamingsinspanningen buiten beeld.
Veel voedingsmiddelen bestaan uit meerdere grondstoffen uit internationale ketens. Bedrijven kunnen daarin op grote schaal verbeteringen bereiken voor klimaat, bodem, biodiversiteit en waterkwaliteit, zonder dat het eindproduct biologisch is gecertificeerd. Niet één voorgeschreven route, maar aantoonbare maatschappelijke impact moet volgens de FNLI daarom leidend zijn.
Lees ook: Biologisch moet groeispurt maken, maar A-merken blijven ver achter
De brancheorganisatie benadrukt daarnaast dat groei van biologisch samenwerking vraagt tussen boeren, producenten, supermarkten, overheid en consumenten. Vraag en aanbod moeten daarbij gelijk opgaan. Stijgende kosten, belastingen en uitvoeringslasten beperken ondertussen de mogelijkheden van bedrijven om verder te investeren in verduurzaming.
De FNLI pleit daarom voor een gemeenschappelijk Europees beoordelingskader. Daarmee kunnen de resultaten van verschillende verduurzamingsroutes op dezelfde betrouwbare manier worden gemeten. Extra Nederlandse regels bovenop Europese afspraken kunnen bedrijven op achterstand zetten. Dat kan volgens de FNLI zowel verdere verduurzaming als de voedselzekerheid onder druk zetten.