
Beroep dierenorganisaties tegen afschot damherten Zeeland gegrond
Regio - ZeelandDe organisaties stapten in juni naar de rechter om afschot tegen te houden. Ze betoogden dat de provincie onvoldoende heeft aangetoond dat afschot noodzakelijk is. Ook lieten ze weten dat er alternatieve mogelijkheden zijn om te voorkomen dat de damherten grote schade aanrichten.
Inmiddels heeft de rechtbank geoordeeld dat het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland ‘onvoldoende zorgvuldig tot vergunningverlening is overgegaan’, zo luidt het vonnis. Het college krijgt wel drie maanden de tijd om de gebreken te herstellen.
Schade aan gewassen
Gedeputeerde Staten stelden in maart vorig jaar een ontwerpomgevingsvergunning op voor het afschieten van de dieren op de Manteling van Walcheren, de Kop van Schouwen en het eiland Haringvreter in het Veerse Meer. Dat zou onder meer nodig zijn om schade aan landbouwgewassen en natuur en verkeershinder tegen te gaan. Volgens de beheersplannen zijn 150 dieren aanvaardbaar voor de Haringvreter, 80 voor de Manteling en 325 voor de Kop van Schouwen.
De rechter oordeelt dat afschot in principe mag, maar dat de provincie beter moet onderbouwen waarom dat nodig is ‘in het belang van wilde flora of fauna’. En of de belangen van damherten daarin zwaar genoeg wegen.
De provincie moet binnen twee weken aangeven of ze de ‘gebreken wil herstellen’. Op nieuwe plannen mogen de dierenorganisaties weer reageren. Ze verwachten ‘nu het beroep gegrond is verklaard’ dat de provincie het afschieten van damherten ‘onmiddellijk stillegt’.